Debat

pagina in opmaak om af te drukken

Mens, waar ben je?

2012-01-19 | Wim Eikelboom | 1 reactie(s) | Reageren | Login bijdragen schrijven

In de discussie over de vraag hoe de christelijk-sociale beweging in 2016 weer relevant kan zijn door een eigen christelijk-sociale bijdrage te leveren aan onze samenleving speelt ook de vraag naar het 'christelijk' gehalte van deze bijdrage. Door de vraag zo te stellen komt het accent zwaar te liggen op het 'anders' zijn van christenen. Deze wijze van vragen is wel te horen in de discussie over christelijk onderwijs, over christelijke zorg en over christelijke politiek.

Ten einde een goed antwoord te krijgen op een bepaald probleem is het van primair belang om eerst de goede vraag te stellen.
Ik meen dat de vraag naar het christen zijn van de mens in zijn maatschappelijk of politiek handelen en de vraag naar het christelijk gehalte van zorg en onderwijs ondergeschikt behoort te zijn aan de vraag naar de mens en het humane.
De vraag naar het bijzondere van het christelijke komt wellicht eerder voort uit een christendom dat is losgezongen van zijn joodse wortels dan dat de vraag stoelt op de eerste vraag naar de mens.
Als Adam , dat gewoon 'mens' betekent na het 'eten van de appel' in het paradijs ter verantwoording wordt geroepen klinkt de vraag: 'Mens waar ben je?'
Rabbijn Yehuda Ashkenasy, zelf overlevende van Auschwitz , leert zijn leerlingen dat de belangrijkste vraag na en betrekking tot Auschwitz niet is de vraag naar God, maar de vraag 'mens, waar was je?'
Abraham Josua Heschel beschouwt de Bijbel eerder als de vraag van God naar de mens dan dat het een boek is over God. In zijn boek 'God zoekt de mens' zegt hij dat godsdienst een antwoord is op de uiterste vragen van de mens.
In het voorwoord van dit boek zegt Yehuda Askenasy dat de werkelijkheid geen vaststaande orde is, maar een voortgaand proces, waarin de mens verantwoordelijk is, in vrijheid te reageren op de eisen die het leven stelt.

Zorg voor 'heel de mens'
Tegen deze achtergrond gaat het in 'christelijke' zorg om zorg voor de mens, de gehele mens. Dat is de zorgbehoevende mens beschouwen en honoreren naar al zijn aspecten. Terwijl het in de heersen zorgliteratuur gaat om de mens naar zijn lichamelijke, dat is zijn fysieke, zijn psychische en zijn sociale aspect, meen ik dat het in zorg voor heel de mens ook de mens naar zijn levensbeschouwelijk aspect erkend en gewaardeerd dient te worden.
Zo gaat het in 'çhristelijke' zorg om zorg voor 'heel de mens'.

Onderwijs, opleiding tot het dragen van verantwoordelijkheid
Christelijk onderwijs leidt leerlingen op tot het kunnen bijdragen aan en verantwoordelijkheid kunnen nemen voor en in een menswaardige samenleving. Christelijke docenten en leraren behoren daarbij tot de betere leraren en docenten te behoren.
In het navolgende verhaal over mijn moeder en haar bakker, ontleend aan een oude column van Jaap Kranenburg, die ik vaak op de CDA Kaderschool heb verteld, wordt de kern van deze opvatting in verhaalvorm weergegeven.

Ik wil een bakker!
"Ik wil een bakker", zei mijn moeder.
In de buurt waarin ik een deel van mijn jeugd doorbracht opereerde een bakker die de buurt niet alleen van brood voorzag, maar toen al gegrepen was door de slagzin "niet bij brood alleen". Maar onze bakker voorzag de buurt tevens van stichtelijke woorden. Hij nam daarvoor ruimschoots de tijd en zijn teksten waren op maat gesneden.. Lang heeft hij bij mij in een geur van heiligheid gestaan. Onwillekeurig liep ik altijd met een flauwe boog om zijn kar heen, want in zijn buurt kreeg ik altijd last van het kwaad dat nog tegen mijn wil in mij was overgebleven.

Op een goede dag merkte ik dat mijn moeder niet meer tot de vaste afneemsters van de bakker behoorde en toen ik haar daarvan verantwoording vroeg keek zij mij ernstig aan en zei: "Ik wil een bakker"!, waarbij het woord 'bakker' een sterke klemtoon kreeg.

Pas later heb ik begrepen hoe mooi het van mijn moeder was dat zij met geen woord kwaad sprak van de bakker, maar dat achter de bevestiging ' Ik wil een bakker' een ontkenning schuil ging wist ik toen nog niet.
Ik ben gaan begrijpen dat de bakker van de stichtelijke woorden een slechte bakker was. Je wist nooit hoe laat hij kwam en soms kwam hij ook gewoon niet omdat zijn sermoenen hier en daar wat uit de hand gelopen waren of omdat daarnaar veel vraag was geweest.
Zijn zaak is op de fles gegaan, maar toen woonde ik al elders.
Achteraf vroeg ik mij af of de bakker van de stichtelijke woorden wel een goed getuige is geweest van het christelijk geloof. Een christelijke bakker moet tot de betere bakkers van de buurt behoren.

Ik wil een politicus
Aan deze jeugdherinnering nu ontleen ik mijn voornaamste motief bij het bepalen van een politieke keus. Mijn moeder zei; Ik wil een bàkker. Welnu, ik wil een man of een vrouw die politiek bedrijft, daartoe bereid en in staat is en als hij of zij dat nu ook wil doen gegrepen door het evangelie dan valt ons daarin méér ten deel dan ons beloofd is.
Dat hij of zij een christen is laat mij natuurlijk niet koud, maar het is mijn tweede motief.
Het is denkbaar dat je op een gegeven moment moet kiezen tussen een christen, die niets van politiek weet en een niet-christen die zijn vak wel beheerst. Het is te hopen dat het geloof sterk genoeg is om voor de laatste te kiezen. Je kan er dan natuurlijk je hart bij vasthouden, maar ik denk dat het de goede beslissing zou zijn.

Is het nu nodig deze dingen zo vereenvoudigd en zo sterk te zeggen? Ik meen het wel, omdat er onder christenen ook wel de neiging bestaat eerst te vragen naar het christen-zijn van iemand en zijn of haar bekwaamheid op de tweede plaats te stellen en dat nu is in het geval de politiek staatgevaarlijk.

Ik denk dat de neiging om het christen-zijn op de eerste plaats te stellen mede wordt veroorzaakt door het verschijnsel dat een politieke nul zich een groet aanhang kan verwerven, terwijl een timmerman-prutser bij zijn eerste werkstuk door de mand valt.
De bakker uit mijn jeugd viel bij de meeste klanten snel door de mand als een slechte bakker.

Maar een politicus, een christen docent, een christelijk zorgverlener kan zijn of haar aan kennis zo bedrieglijk camoufleren achter getuigenissen. Men kan van de bekwaamheid in de vroomheid vluchten. Daar kan men zich lang handhaven.
Kan het eigenlijk wel zover komen dat een politieke partij zich moet laten terugvallen op alleen maar getuigen? Neen, want dan houdt zij op politieke partij te zijn.

Een christen-politicus, een christen-onderwijzer, een christen-zorgverlener zal beseffen dat terugvallen op getuigen ontrouw is aan zijn of haar opdracht.

De Bijbel vertelt ons van mannen die in een volslagen geseculariseerde omgeving betstuursverantwoordelijkheid op zich nemen. Een fascinerend figuur is Daniël, die zich liet aanstellen over het gehele gewest van Babel op tot opperhoofd over alle wijzen van Babel
In zijn geschiedenis is een belofte te horen en te zien voor hen, die tot het uiterste bruikbare mensen willen zijn en blijven in Gods naam om in die bruikbaarheid transparant te zijn naar hun Heer.

In dit perspectief gaat het om een betekenisvolle bijdrage van de christelijk-sociale beweging aan onze Nederlandse en onze Europese samenleving, waarin menswaardigheid, mensenrechten, verantwoordelijkheid, rechtvaardigheid, solidariteit en duurzaamheid de kernwoorden zijn.

Reageren

Lees verder ook:


Reacties

20-01-2012 | Harald van Veghel

Wim Eikelboom stapt midden in een discussie die sinds decennia het knagende geweten van christelijke organisaties vormt: de vraag naar de legitimiteit van hun christelijke identiteit. Draagt u een C of k (RK) in uw naam? Waarin zou zich dat dan wel uiten?, vraagt de sceptische buitenstaander. En de vertegenwoordiger ziet zich gedwongen te zoeken naar een antwoord: in de aanwezigheid van ons stiltecentrum, in de aandacht voor ethiek, in de humaniteit van ons personeelsbeleid, en Eikelboom voegt toe: in onze holistische benadering. Maar ieder van die antwoorden schiet tekort, omdat ze geen van alle specifiek zijn voor christelijke organisaties.

Dat geeft niet zegt Eikelboom. Ik kies voor de beste bakker, de beste politicus. Zijn christelijkheid is toegift. Welnu, zo gezegd zou ik nog verder gaan dan hij: ik vind het in dat opzicht niet eens een toegift. Ik zal het brood van de bakker niet met meer plezier eten als ik weet dat hij op zondag kerkt, en bij een waar woord van een politicus heeft zijn levensbeschouwing voor mij geen toegevoegde waarde. Maar wat blijft er dan nog over van de eventuele meerwaarde van een christelijke identiteit?

De identiteit van een christelijke organisatie, van iedere organisatie trouwens, hangt niet af van het antwoord op de vraag 'wat onderscheidt mij tegenover anderen', maar van het antwoord op de vraag 'wat ben ik?' Of je je daarmee van anderen onderscheidt is eigenlijk niet interessant. Wel om te concurreren, maar niet voor de bezinning op je identiteit. De meeste bakkers zullen wel goed brood willen bakken, dus daarmee onderscheidt je je niet als bakker. Maar dat is nog geen reden om het niet te doen, en goed brood kunnen bakken blijft het meest bepalend voor de identiteit van een bakker.

Je bezinnen op je identiteit doe niet om je te onderscheiden maar om je mensen samen te binden, je inspiratie levend te houden, je ethiek te herijken en je doel constant voor ogen te houden. Bezinning op de identiteit van een bedrijf of organisatie eist een gezamenlijke teruggang op je bestaansgrond (inspiratie, geschiedenis, uitgangspunten). Aan die teruggang ontleen je kracht.

Bedrijven die weten wat hen drijft, dat continu voor ogen houden en die hun inspiratiebronnen cultiveren, zullen daaruit kracht ervaren. Ze hoeven die grond van waaruit zij zich voeden niet nog eens apart te verkopen of te verantwoorden. Men zal het wel van hen merken, en anders is hun 'grondwerk' kennelijk te oppervlakkig geweest.

Dr. Harald van Veghel is mede-eigenaar van RickelmanenVanVeghel.nl

Plaats een reactie

Spelregels

Schrijf helder en bondig, beperk uw reactie tot één kernpunt; meerdere reacties zijn toegestaan als u meerdere punten wilt bespreken.

Reacties geven argumenten weer en zijn geen opsomming van opinies.
Reacties zijn hoffelijkheid, integer, en hebben gepaste humor.

Onbetamelijke reacties, zulks door de moderator te bepalen, worden verwijderd, en leiden na een eerste waarschuwing tot uitsluiting van deelname.

Invullen van naam en e-mailadres is verplicht.
Nadat u uw reactie hebt geschreven, krijgt u de hele reactie nog een keer in beeld en kunt u nog correcties aanbrengen.

Vandaag, 06-02-2012

Naam

E-mail (wordt niet getoond in de reactie)

Reactie

Debatten

Mens, waar ben je?
19-01-2012 | Wim Eikelboom

Waarom hebben we een Europese Sociale Week nodig?
05-05-2010 | Wim Eikelboom

Nanotechnologie. Boeh!!!
05-03-2010 | Jos Boer

Gebrek aan saamhorigheid?
31-12-2009 | Hans Groen

© 2000-2012 Stichting Christelijk-Sociaal Congres
Webontwerp: Hans Groen
Beeldmerk Stichting-CSC: Vera Boomsma